Het verhaal van een Jad – The story of a torah pointer

Beschrijving:
Object: tora handwijzer (jad)
Materiaal: zilver
Afmetingen: 27 cm (L)
Datering: eind 19e eeuw
Herkomst: Nederland

 

Merken: kleine zilveren werken 1814–1905 (Voet 55/3)

Zo’n 20 jaar geleden kwam ik als gepassioneerd verzamelaar van Judaïca in het bezit van een mooie jad, een zilveren aanwijsstok, die gebruikt wordt bij het lezen van de Tora. Dit soort Joods rituele voorwerpen, aangeduid met de verzamelnaam Judaica, hebben altijd al mijn interesse gehad. Want waar en door wie is het voorwerp gebruikt, door hoeveel handen is het gegaan, wie heeft het voorwerp gemaakt, hoe oud is het en waar komt het vandaan? Vragen en nog eens vragen. Toen de Jad onlangs in een gesprek weer ter sprake kwam realiseerde ik mij dat het tijd was om het stuk nog eens nader te bekijken. Met deze aanleiding begon ik aan een reis die mij naar een era met een geheel ander Joods leven zou brengen.

Er waren op de jad aanknopingspunten te vinden die het startpunt van een speurtocht mogelijk maakte. Op de jad was namelijk een uitgebreide Hebreeuwse tekst gegraveerd die echter moeilijk te begrijpen was. Lang geleden had onze rabbijn in grote lijnen verteld wat er volgens hem in de tekst stond. Zo stond er geschreven dat de jad een geschenk ter nagedachtenis van een zekere mevrouw “Kip” was. Dat intrigeerde, want wie was nu die mevrouw Kip?

Maar klopte dat allemaal wel en daarom was het zaak om de tekst nog eens kritisch door te nemen. Aldus geschiedde en deze keer werd de tekst zorgvuldig vertaald. Dat bleek niet gemakkelijk want de graveur was in het Hebreeuws niet echt geoefend.
Zo wist hij niet altijd goed het verschil tussen de letter Bet ב en Kaf כ aan te geven en hetzelfde gebeurde met de letter Dalet ד en Resh ר .  Lastig dus, omdat er met deze spelfouten op delen een onbegrijpelijke tekst te voorschijn kwam. Het hebreeuws is al lastig te lezen omdat de klinkers ontbreken, maar met wat experimenteren kon uiteindelijk de onderstaande tekst samengesteld worden.

מאת – שמואל בן כ״ אליעור יאקבס- לתועלת נשמת אשתו – מ רײכא בת כ״
שלמה כהן הען – מנחת זכרון לח״ק- הליבת עולם החדשה

De vertaling naar het Nederlands leverde tenslotte het volgende op:

– Verkregen van – Shmuel (Samuel) zoon van eerbiedwaardige Eliazer Jacobs – ten behoeve van de ziel van zijn vrouw – mevrouw Roza (Roosje) dochter van eerbiedwaardige Schlomo (Salomon) Cohen Hen – een gedenkteken voor de Heilige Vereniging – “Het nieuwe hart van de wereld” –
De vereniging die wordt genoemd – הליבת עולם החדשה – wordt in het Nederlands met de naam “Halichot Olam Hagadasa” aangeduid. Later wist ik de hand op een drietal folders van deze vereniging te leggen. Het was nu zaak om het verleden van deze jad verder uit te graven.

Halichot Olam Hagadasa

(folders van de vereniging“Halichot Olam Hagadasa”)

Zou ik in staat zijn om nadere gegevens van mw. Kip (die in werkelijkheid de naam “Hen” bleek te dragen) boven water kunnen brengen en wat was het eigenlijk voor een vereniging ?

Roza bat Schlomo Cohen Hen

(van Roza bat Schlomo Cohen Hen)

Op deze wijze werd via mijn zilveren stok aan een reis begonnen die mij naar andere tijden zou brengen.

Ik concentreerde me allereerst op de namen die werden genoemd op de jad. Was er in de archieven nog iets terug te vinden van het echtpaar Jacobs –Hen. Waren deze personen te plaatsen in een sociaal/historische context, zodat de achtergrond van deze mensen tot leven zou kunnen worden gebracht.

Roza Hen

Het Noord-Hollands Archief bracht aan het licht dat Roza (ook bekend als Roosje en Rosa) in 1844 te Amsterdam geboren is. Haar vader was Salomon Simon Hen van beroep koopman en haar moeder Klaasje Jacob Loopuit.
Zij trouwde als minderjarige op 21 jarige leeftijd met (jawel !) Samuel Eliazer Jacobs. Het huwelijk werd voltrokken op 16 augustus 1865 in Amsterdam.

Bijzonder is dat op dezelfde dag ook haar zus Judic als 20 jarige met Moses Perel trouwde. Dat betekende dat beide zussen op 18 augustus samen naar het gemeentehuis zijn gegaan. Dat moet wel, want de getuigen voor beide huwelijken waren dezelfde. Zo was o.a. de vader van Moses aanwezig. Deze Baruch Hartog Perel oefende het eerbiedwaardige beroep van
likdoornsnijder uit.

Opvallend was dat de ouders van Roza en Judic niet als getuigen aanwezig waren. Dat was ook bij alle andere huwelijken van hun acht kinderen van toepassing. Tenslotte overlijdt Roosje in 1885 en wordt zij in Overveen begraven waar haar zerk (nr. 81) nu nog steeds staat.

Samuel Eliazer Jacobs

Samuel is in 1839 geboren te Amsterdam en was 26 jaar oud toen hij trouwde met zijn Roza. Zijn vader was Eliazer Jacob Jacobs en zijn moeder Roosje Samuels Oudgenoeg.

Zijn beroep was diamantslijper, zoals zo velen kennelijk. Het blijkt dat al zijn zwagers hetzelfde beroep uitoefenende. Hij was kennelijk een familiemens want op bijna alle huwelijken van de aangetrouwde familie van zijn vrouw fungeerde hij als getuige.

Hij was pas 46 jaar oud toen Roosje stierf en daarom trouwde hij voor de tweede keer met Marianne David Outs. Hij is overleden in 1904 en ook hij is, net als zijn eerste vrouw, begraven in Overveen waar zijn zerk (nr. 99) terug te vinden is.

huwelijk akte van Rosa Hen & Samuel Jacobs

(huwelijk akte van Rosa Hen & Samuel Jacobs)

De vereniging Hachilot Olam Hagadasa

In de 19e eeuw was in een suikerfabriek op de eerste etage aan de Zwanenburgwal 40 in Amsterdam de synagoge van de vereniging Hachilot Olam Hagadasa (ook wel vertaald als wegen van de Nieuwe Wereld) gevestigd. In 1897 verscheen er in het Nieuw Israëlitisch Weekblad een artikel waarin melding werd gemaakt van het vervaardigen van een parochet bestemd voor de synagoge Hachilot Olam Hagadasa

aankondiging 1897 in het NIW van de vereniging H.O.H

(aankondiging 1897 in het NIW van de vereniging H.O.H)

Het was een typisch chewre sjoeltje en het stond midden in de Waterloopleinbuurt. Daar heerste onder de bewoners een enorme armoede. Desalniettemin voorzag het sjoeltje in een diep religieuze behoefte. De mannen lernden er na hun werk, velen waren diamantslijpers, zodat hun Joodse kennis op een behoorlijk hoog niveau lag.

synagoge H.O,H. Zwanenburgwal 40 Amsterdam

(synagoge H.O,H. Zwanenburgwal 40 Amsterdam)

De vereniging werd bij koninklijk besluit op 29 augustus 1882 erkend maar fungeerde als synagoge al eerder. In een krant van 1914 werd het 50-jarig bestaan in herinnering gebracht, zodat deze synagoge daarom rond 1864/5 is opgericht. Het is zelfs mogelijk dat Roza en Samuel daar hun choepa in 1865 hebben gehad. De synagoge is in 1929 opgeheven getuige een artikel in het N.I.W. dat meldde dat de kle kodesh een nieuwe bestemming hadden gekregen Van de opgeheven Synagoge Halichot Olam Hagadasa, werden verschillende gewijde kleeden ontvangen o.a. een prachtige witzijden mantel, die op de Hooge Feestdagen één der seforiem tooide, alsmede het rood fluweelen voorhang, dat in de opgeheven Synagoge op de feestdagen prijkte”.

Tenslotte

De jad vertelt dat hij als aandenken aan de overleden vrouw van Samuel is opgedragen. Roza Hen is volgens de begrafenisboeken in 1885 overleden en begraven op de begraafplaats van de Neie Kille (‘Nieuwe Gemeente’), een joodse gemeente die zich had afgescheiden van de Amsterdamse Hoogduitse Joodse Gemeente onder de naam Adath Jeschurun. Waarom Roza en later Samuel in Overveen begraven zijn, is niet te achterhalen. In ieder geval getuigt het van respect dat de tweede vrouw van Samuel, Marianne Outs, haar man heeft laten begraven op de begraafplaats waar ook zijn eerste vrouw begraven was.

Feit is dat de jad in ieder geval na 1885, het overlijdensjaar van Roza, moet zijn gemaakt. Dat correspondeert ook min of meer met het zilvermerkje wat op de jad terug te vinden is. Dit merkje werd immers tussen 1814 en 1905 gebruikt.  Een zilversmid is helaas niet bekend, hetgeen wel vaker bij Joods zilver voorkomt.

Het zou zo maar kunnen dat Samuel, kort na het overlijden van Roza in 1885, deze jad ten behoeve van de ziel van zijn vrouw, aan zijn sjoeltje doneerde. Precies zullen wij het nooit weten.

 


 

Object: torah pointer (jad)
Material: silver
Dimensions: 27 cm (L)
Dating: late 19th century
Hallmarks (Dutch): “small silver works” 1814-1905 (Voet 55/3)

About 20 years ago, as a passionate collector of Judaïca, I came into possession of a beautiful jad, a silver torah pointer, which is used when reading the Torah. This kind of Jewish ritual objects, labeled with the name Judaïca, have always had my interest. For where and by whom is the object used, through how many hands has it gone, who has made the object, how old is it and where does it come from? Questions and more questions. When recently the Jad was mentioned again in a conversation, I realized that it was time to have a closer look. This was the reason I started a journey that would take me to an other era with a completely different Jewish life.

There were some clues on the jad that made the start of a journey possible. In fact, an extensive Hebrew text was engraved on the jad, but it was difficult to understand. A long time ago, our rabbi told me what he thought the text was. The text mentioned that the jad was a gift in the memory of a certain Mrs. “Chicken.” That intrigued me, who was this Mrs. Chicken?
Therefore it was important to read the text again critically. This was done and this time the text was carefully translated. That was not easy because the engraver was not very familiar with Hebrew. For example, he did not always know the difference between the letter Bet ב and Kaf כ and that also happened with the letter Dalet ד and Resh ר. A pity, because these spelling errors causes sometimes an incomprehensible text.
Hebrew is difficult to read because the vowels are missing, but after some try and error the text below could be put together.

מאת – שמואל בן כ” אליעור יאקבס- לתועלת נשמת אשתו – מ רייכא בת כ” שלמה כהן הען – מנחת זכרון לח”ק- הליבת עולם החדשה

The translation into Dutch finally gave the following:
– Obtained from – Shmuel (Samuel) son of the venerable Eliazer Jacobs – for the soul of his wife – Mrs Roza (Roosje) daughter of the venerable Schlomo (Salomon) Cohen Hen – a memorial to the Holy congregation – “The new heart of the world “.

This congregation is named – הליבת עולם החדשה – in Dutch “Halichot Olam Hagadasa”. Later I managed to find three brochures of this congregation.
It was time to dig up the past of this jad. Would I be able to find further details of mw. Chicken which in reality had the name of “Hen” (a chicken is in Dutch a “hen “), can I find more details and what kind of congregation it was? In this way a journey was started via my silver pointer that would take me to other and different times.
First I concentrated myself on the names that were mentioned on the jad. Was there something to find in the archives of the family Jacobs-Hen? How to place these people in a social / historical context, so that the background of these people could be brought to life.

Roza Hen
The North Holland Archives brought to light that Roza (also known as Roosje and Rosa) was born in Amsterdam in 1844. Her father was Salomon Simon Hen from profession merchant and her mother Klaasje Jacob Loopuit. She married as a minor at the age of 21 with (yes!) Samuel Eliazer Jacobs. The marriage was on August 16th 1865 in Amsterdam.Interesting was that on the same day her sister Judic married with Moses Perel as a 20-year-old girl. That meant that both sisters went together to the town hall on August 16th. The witnesses for both marriages were the same people. Also Moses father was present. This Baruch Hartog Perel practiced the venerable profession of corn cutter. It was striking that the parents of Roza and Judic were not present as witnesses. That also applied to all other marriages of their eight other children. Finally Roosje dies in 1885 and she is buried in Overveen where her headstone (nr. 81) is still visible today.

Samuel Eliazer Jacobs
Samuel was born in Amsterdam in 1839 and was 26 years old when he married his Roza. His father was Eliazer Jacob Jacobs and his mother Roosje Samuels Oudgenoeg. His profession was a diamond cutter, as so many other apparently. It turns out that all his brothers-in-law had the same profession. He was apparently a family man, because he acted as a witness to almost all marriages of the family of his wife.
He was only 46 years old when Roosje died and that’s why he married Marianne David Outs for the second time. He died in 1904 and he, like his first wife, is buried in Overveen where his headstone (nr. 99) can be found.

The congregation Hachilot Olam Hagadasa
In the 19th century the synagogue of the congregation Hachilot Olam Hachadasa (also translated as roads of the New World) was established in a sugar factory on the first floor at Zwanenburgwal 40 in Amsterdam. In 1897 an article a in the New Israelite Weekly Chronicle was published in which was mentioned that a parochet was made for the synagogue Hachilot Olam Hagadasa. This was a typical little chevre sjoel and it was situated in the middle of the Waterlooplein neighborhood. There was an enormous poverty among the residents. Nevertheless, the chevre provided in a deeply religious need. The men studied after their work, many were diamond cutters, so that their Jewish knowledge was at a fairly high level. The congregation was recognized by a Royal Decree on August 29, 1882, but the synagogue was founded earlier. In a newspaper of 1914, the 50th anniversary was remembered, so this synagogue was founded around 1864/5. It is even possible that Roza and Samuel had their chuppah there in 1865. The synagogue was dissolved in 1929, according to an article in N.I.W. the kle kodesh had been given a new purpose. “From the elevated Synagogue Halichot Olam Hagadasa, various sacred dressings were received, among others a beautiful white silk cloak, which served on the High Holidays, as well as the red velvet Curtain, which was used in the elevated Synagogue on the holidays “.

And last but not least
The jad tells us that it was ordered as a memento of the deceased wife of Samuel. According to the funeral records, Roza Hen died in 1885 and was buried at the cemetery of the Neie Kille (‘New Town’), a Jewish community that had separated from the Amsterdam High German Jewish Congregation under the name Adath Jeschurun. Why Roza and later Samuel are buried in Overveen, can not be traced. In any case, it shows of respect that the second wife of Samuel, Marianne Outs, had her husband buried at the cemetery where his first wife was buried.
The fact is that the jad must be made after 1885, the year of death of Roza. That also corresponds more or less with the silver mark which can be found on the jad. This brand was used between 1814 and 1905. A silversmith is unfortunately not known, which often occurs with Jewish silver.
It is possible that Samuel, shortly after the death of Roza in 1885, donated this jad on behalf of his wife’s soul to his sjoel. We will never know exactly

Geplaatst in SYNAGOGE EN TORAROL en getagd met , .